Het paard als vluchtdier

Gepubliceerd op 15 september 2014

Wegrennen is voor paarden een primaire manier om zichzelf in leven te houden, het is dan ook niet voor niets een vluchtdier.

Wanneer ze iets vreemds zien, wordt er een seintje naar de hersenen gestuurd en dan kan er een alarmbelletje gaan rinkelen, zeker wanneer het om een onbekende gesignaleerde beweging gaat. Een paard rent weg omdat het nooit weet wat er eventueel op hem of haar af kan gaan komen. Een paard op hol is niet zomaar bang of geschrokken: het staat doodsangsten uit. Daarom is een op hol geslagen paard vaak niet meer te houden, waarbij er wel een verschil moet worden gemaakt tussen hard wegrennen en echt op hol slaan. Het paard wil zo snel mogelijk bij het gevaar weg, en daardoor komt er een stoot adrenaline vrij, schiet zijn ademhaling omhoog, stijgt de bloeddruk en stroomt er meer bloed naar de spieren. 
Een ruiter heeft dan meestal geen enkele invloed meer, met alle gevolgen van dien. Op hol slaan lijkt veelal een overdreven reactie, maar er is altijd een aanleiding. Alleen is die voor mensen soms moeilijk te achterhalen. Paarden hebben natuurlijk vluchtgedrag en dit is meestal deels af te leren. Elk paard kan leren dat hij niet voor alle vreemde dingen hoeft weg te rennen, door middel van bijvoorbeeld een obstakeltraining. De training maakt het paard moediger en ook buitenrijden met ervaren, rustige paarden heeft doorgaans een positieve uitwerking op een angstig paard.

Terug naar het blogoverzicht

Dit vinden onze klanten van ons