Je veulen afspenen, hoe doe je dat?

Gepubliceerd op 13 oktober 2020

Je hebt maanden genoten van dat dartele veulentje bij je merrie in de wei. Maar een keer komt het moment om moeder en kind te scheiden. Hoe doe je dat eigenlijk, afspenen? Zoveel mensen, zoveel meningen. Toch zijn er wel een aantal tips en trics te geven. Bedenk daarbij wel dat de omstandigheden of mogelijkheden voor iedereen anders kunnen zijn.

1. Leeftijd van het veulen bij afspenen

Het ene veulen loopt langer bij de moeder dan het andere. Over het algemeen kun je wel stellen dat je het veulen liever niet van de moeder moet scheiden voor het vier maanden oud is. Beter is te wachten tot een leeftijd van vijf of zes maanden. Soms kun je niet zo lang wachten, bijvoorbeeld omdat een laat in het seizoen geboren veulen met leeftijdsgenoten in een koppel gaat. Er zijn ook wel gevallen waarbij veulens helemaal niet van de moeder worden gescheiden. Dit is meestal niet zo wenselijk: ze blijven dan lang drinken of gaan lelijk doen tegen hun moeder, zeker hengstjes.

2. Abrupt of geleidelijk afspenen

De meeste veulens worden abrupt afgespeend. Dit gaat meestal wel gepaard met wat stress. Geleidelijk afspenen, door bijvoorbeeld het veulen geleidelijk te laten wennen aan afwezigheid van de moeder, of het ’s nachts in een aparte box te zetten, kan ook. Hier heeft echter niet iedereen de mogelijkheden voor. Als je toch abrupt speent, is het beter om merrie en veulen zo min mogelijk contact te laten hebben. Denk hierbij ook aan geluid! Het is stressvol voor het veulen om zijn moeder wel te horen, maar niet te zien en de merrie kan door het hinniken van haar kind de melk laten schieten. Als je het veulen meteen met een leeftijdsgenootje in de box zet, heeft het daar steun aan.

3. De melkproductie

Er wordt wel gedacht dat geleidelijk spenen ervoor zorgt dat de merrie minder melk gaat geven. Dat klopt niet, er komt alleen wat meer druk op de uier te staan als het veulen er niet is om te drinken. Als een veulen eenmaal is gespeend, kan de merrie een erg vol uier krijgen. Melken of de uier koelen is echter niet nodig. Melken stimuleert de productie juist en in plaats van koelen kun je de merrie beter (vrije) beweging geven en op rantsoen zetten: dus niet teveel krachtvoer of eiwitrijk gras. Houd de uier wel goed in de gaten: is het uier warm, zijn de uierhelften ongelijk of heeft de merrie koorts, waarschuw dan de dierenarts.

4. De opfok

De meeste veulens gaan naar een opfokstal waar ze in een groep met leeftijdsgenootjes terechtkomen. Dit is prima, net als schoolkinderen spelen en leren ze van en met elkaar. Wel is het belangrijk dat het veulen goed wordt geïntroduceerd in de groep. Dat kan door het veulen eerst met één leeftijdsgenootje in een stal te zetten. Als het aan zijn maatje is gewend, kunnen ze in de grotere koppel. Het is ook mogelijk om twee veulens bij elkaar te laten, of in een gemengde kudde te houden. Bij alle opfoksituaties is het wel belangrijk dat er goed op wordt gelet dat de verhoudingen binnen de groep goed zijn, de omstandigheden waarbinnen ze worden gehouden veilig zijn en dat ook de meer onderdanige dieren voldoende voedsel binnen krijgen.

Je moet er natuurlijk niet aan denken dat je jouw jonge paard wat overkomt. Je kunt je paard voor ongevallen of een acuut verlopende ziekte verzekeren. Een vaak afgesloten verzekering bij jonge paarden in de opfok is de Overlijdensverzekering in combinatie met een aanvullende Beperkte ziektekostenverzekering. Benieuwd wat voor premie je hiervoor betaald:

Bereken je premie

AdobeStock_122727108

Terug naar het blogoverzicht

Dit vinden onze klanten van ons