21 augustus 2026
Wormen horen helaas bij het houden van paarden. Toch betekent een wormbesmetting niet automatisch dat je direct naar de ontwormingsspuit moet grijpen. Sterker nog: juist te vaak ontwormen kan op de lange termijn voor problemen zorgen. Daarom wordt er tegenwoordig veel kritischer gekeken naar ontwormen, mestonderzoek en preventie.
Voor deze blog spraken we met Floor van Kootwijk van Dierenkliniek Emmeloord, die dagelijks werkt met paarden en regelmatig te maken krijgt met worminfecties bij jonge paarden. Voorkómen is beter dan genezen en een goed plan werkt beter dan standaard ontwormen.
Als het over worminfecties bij paarden gaat, draait het volgens Floor van Kootwijk vooral om twee soorten: bloedwormen en spoelwormen. Met name jonge paarden lopen risico. "Bij jonge paarden zien we alles van een paard dat net niet lekker groeit tot paarden die ernstig ziek worden door een zware wormbesmetting." Vooral op opfokbedrijven kan de infectiedruk snel oplopen. Jonge paarden hebben hun weerstand namelijk nog niet volledig opgebouwd en kunnen elkaar gemakkelijk besmetten.
Wormen verspreiden zich voornamelijk via de mest. Besmette paarden scheiden wormeitjes uit, die zich op het weiland ontwikkelen tot besmettelijke stadia. Tijdens het grazen nemen andere paarden deze weer op. Vooral op percelen waar veel jonge paarden samen lopen, kan de besmettingsdruk snel oplopen. "Hoe meer besmette mest op het land ligt, hoe groter de kans op herbesmetting." Daarom speelt weidemanagement een belangrijke rol bij het voorkomen van problemen. Vrijwel alle paarden dragen namelijk larven van bloedwormen bij zich. Het gaat vooral om de hoeveelheid wormen en larven die aanwezig is.
Een van de effectiefste maatregelen is opvallend simpel: mest opruimen. Door regelmatig mest uit het weiland te verwijderen, haal je ook veel van de besmettelijke stadia van wormen weg. Daardoor wordt het weiland minder besmet en neemt de kans op herinfectie af. Daarnaast kan verstandig weidemanagement helpen. Denk aan het opdelen van percelen en paarden regelmatig laten verplaatsen naar een nieuw stuk land. Het ‘opschonen’ van de bodem wanneer je de paarden van het besmette land afhaalt kan wel tot 10 jaar duren voordat het land vrij van wormen is.
Spoelwormen bij veulens
Spoelwormen komen vooral voor bij veulens. Omdat de larven door het lichaam migreren, kunnen de eerste klachten zelfs vanuit de luchtwegen ontstaan.
Mogelijke signalen zijn:
Hoesten
Terugkerende luchtwegproblemen
Longontsteking bij jonge veulens
Een dikke "wormenbuik"
Slechte groei
Verminderde conditie
Koliek
Bloedwormen bij jonge paarden
Bij bloedwormen zie je vaak:
Vermageren
Een doffe vacht
Slechte conditie
Diarree
Uitdroging
In ernstige gevallen ernstige darmontsteking en bloedvergiftiging
Steeds meer paardeneigenaren laten mestonderzoek uitvoeren. Dat is een goede ontwikkeling, maar het is geen volledig antwoord op alle vragen. Bij volwassen paarden geeft mestonderzoek vaak voldoende informatie om te bepalen of ontwormen nodig is. Bij jonge paarden ligt dat anders. "Tot ongeveer vijf jaar kun je niet alleen op mestonderzoek afgaan." De reden daarvoor is dat jonge paarden hun immuniteit nog moeten opbouwen. Daardoor kan een paard soms wel degelijk een probleem hebben, terwijl er weinig of geen eitjes in het mestmonster worden gevonden. In sommige gevallen kan aanvullend bloedonderzoek of zelfs een echo van de darm uitkomst bieden.
"Ontwormen geeft per definitie resistentie" zegt Floor. Dat is een zorgelijke ontwikkeling, omdat er op dit moment nauwelijks nieuwe ontwormingsmiddelen beschikbaar komen. Juist daarom is het belangrijk om alleen te ontwormen wanneer het nodig is en dit zo slim mogelijk te doen. Bijvoorbeeld switchen tussen verschillende soorten ontwormingsmiddelen.
Een veelgestelde vraag is hoe vaak een paard ontwormd moet worden. Het antwoord is minder eenvoudig dan vroeger. Voor volwassen paarden wordt vaak gewerkt met mestonderzoek in combinatie met een beperkt aantal ontwormingsmomenten per jaar. Bij jonge paarden hangt de aanpak af van veel factoren:
Leeftijd
Grootte van de groep
Opfokomstandigheden
Infectiedruk
Beweidingsmanagement
Eerdere besmettingen
"Er is geen one size fits all." Daarom adviseert Floor van Kootwijk om samen met de dierenarts een plan op maat te maken
Zie je zichtbaar wormen of larven bij een veulen of jong paard? Neem dan altijd contact op met je dierenarts. "Wanneer er wormen uit een jong paard komen, is de besmetting vaak zo groot dat het verstandig is om direct advies in te winnen." Ook wanneer een paard ondanks ontwormen nog steeds wormen uitscheidt enkele weken later, kan nader onderzoek nodig zijn. Dat kan wijzen op resistentie tegen een bepaald ontwormingsmiddel.
Denk na over preventie
Kijk welke maatregelen op jouw bedrijf haalbaar zijn, zoals uitmesten, perceelrotatie of wisselweiden.
Werk samen met je dierenarts
Laat een ontwormplan maken dat past bij jouw paarden en bedrijfssituatie.
Gebruik ontwormingsmiddelen bewust
Ontworm niet vaker dan nodig om resistentie zoveel mogelijk te beperken.
Besteed extra aandacht aan jonge paarden
Veulens en jonge paarden zijn gevoeliger voor worminfecties dan volwassen paarden.
Neem signalen serieus
Hoesten, een dikke wormenbuik, vermageren, diarree of zichtbare wormen kunnen aanleiding zijn om verder onderzoek te doen.
Want zoals Floor van Kootwijk het treffend samenvat: "Het zijn soms hele kleine aanpassingen die enorm veel winst kunnen opleveren."
Raadpleeg KNMvD voor het volledige protocol rondom wormen en parasieten bij paarden: Leidraad Paard en Parasieten